Thuis wonen in Elisabeth in Beneden-Leeuwen

De nieuwbouw voor aan dementie lijdende cliënten van verpleeghuis Sint-Elisabeth in Beneden-Leeuwen is klaar. Maandag wacht het personeel een huzarenstukje: dan moeten in één dag alle 66 bewoners van de oudbouw verhuisd worden naar Lauwegaard, een gebouw met vier groepswoningen voor elk zes personen en nog eens 42 eenpersoons kamers. De ruimtes zijn gegroepeerd rond drie binnentuinen.

Woonzorgmanager Hans van Herwijnen is trots op het gebouw, maar vooral tevreden over de manier waarop de visie van Zorggroep Maas en Waal hier in steen en hout gestalte heeft gekregen.

„In feite is die visie simpel”, legt Van Herwijnen tijdens een rondleiding door de rust en ruimte ademende nieuwbouw uit. „We gaan uit van een huiselijke, herkenbare woonomgeving voor psychogeriatrische mensen. Ze moeten hier in staat zijn hun persoonlijke levensstijl en -ritme voort te zetten.”

Sint-Elisabeth heeft gekozen voor een aantal groepswoningen en voor aparte woningen, zogenoemde hofjes, voor mensen die de vele prikkels in een groep niet aankunnen. Met hoofd facilitaire dienst Noesjka van der Weegen heeft Van Herwijnen de afbouw van het ultramoderne gebouw begeleid. „Facilitair is, heel kort door de bocht gezegd, alles wat hier niet met zorg of welzijn heeft te maken”, vertelt Van der Weegen. „Maar ik heb grote affiniteit met zorg. Dat moet ook wel. Hier in Elisabeth staat bij alles het welzijn van onze bewoners voorop. Alle andere zaken moeten ‘in dienst staan van’.”

Hans van Herwijnen knikt bevestigend. „Bewoners kunnen hier straks, net als thuis, bepalen hoe laat ze gaan eten, uit bed komen, of naar bed gaan of nog een wandeling maken door de gangen of een van de binnentuinen.”

Van der Weegen: „Dankzij domotica, allerlei technische snufjes, kunnen we op afstand de veiligheid van de mensen garanderen.”

Van Herwijnen: „Zonder dat hier sprake is van een ziekenhuis- of kantoorsfeer. Er is hier geen zusterpost waar medewerkers met elkaar overleggen. Medewerkers praten hier met de bewoners. Verpleegkundige aspecten worden niet veronachtzaamd, maar menselijk contact staat hier voorop.”