Behandeling van ondervoeding op polikliniek onderbelicht
Ziektegerelateerde ondervoeding komt in ziekenhuizen veel voor. Uit de Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen (LPZ) blijkt dat ongeveer 25-40% van de patiënten die in het ziekenhuis worden opgenomen ondervoed is. Als gevolg van ondervoeding duurt het herstel langer, treden er meer complicaties op, ligt de patiënt langer in het ziekenhuis en zijn de kosten hoger.
Wanneer ben je ondervoed
Het gaat hier over ziekte gerelateerde ondervoeding. Door ziekte gaat het lichaam minder efficiënt om met haar reserves. Afvallen is dan schadelijk omdat dit ten koste gaat van spiermassa, en dus van conditie. Als een persoon door de ziekte meer dan tien procent in een half jaar of meer dan vijf procent in een maand afvalt is er sprake van ondervoeding. Verder spreken we ook van ondervoeding bij een BMI <18,5 (BMI = gewicht gedeeld door lengte in het kwadraat). Bij zo’n lage BMI zijn er te weinig reserves aanwezig in het lichaam.
Ondervoeding op de polikliniek
Omdat ondervoeding duidelijk nadelige gevolgen heeft voor de behandeling en het herstel van een patiënt, is er in de Nederlandse ziekenhuizen de laatste jaren steeds meer aandacht voor dit probleem. In veel ziekenhuizen worden patiënten bij opname gescreend op ondervoeding en wordt er bij de ondervoede patiënten tijdig een optimale voedingsbehandeling ingezet. Ondanks deze vroege herkenning en behandeling van ondervoeding in ziekenhuizen daalt het percentage patiënten dat ondervoed in het ziekenhuis wordt opgenomen niet. Dit geeft aan dat de aanpak van ondervoeding niet alleen in het ziekenhuis gezocht moet worden, maar ook al eerder, op de polikliniek of bij de huisarts, waar op dit moment nog niet structureel gescreend wordt op ondervoeding.
Omdat er weinig bekend is over hoe vaak ondervoeding voorkomt op de polikliniek is er in de maanden maart, april en mei van dit jaar een onderzoek uitgevoerd in 9 ziekenhuizen door de “Stuurgroep Ondervoeding” met financiering van het ministerie van VWS en ZonMw. Het doel van het onderzoek was het bepalen van het percentage ondervoede patiënten op de polikliniek en het inzicht krijgen in op welke polikliniekafdelingen ondervoeding het meest voorkomt.
Resultaten
In totaal zijn gegevens verzameld van 2288 polikliniekpatiënten (1086 mannen en 1202 vrouwen) met een gemiddelde leeftijd van 57 jaar. Ondervoeding bleek voor te komen bij 5% van de patiënten, waarvan slechts 16% onder behandeling was van een diëtist. De poliklinieken waar ondervoeding het meest voorkwam waren mond- en kaakchirurgie (17%), oncologie (10%), revalidatie (8%), heelkunde (7%), maag- darm- leverziekten (7%) en longziekten (7%). Via onderstaande link kunt u alle resultaten lezen en downloaden.
Resultaten onderzoek 'Prevalentie Ondervoeding op de Polikliniek'
Eén op de twintig
Uit deze resultaten blijkt dat ondervoeding gemiddeld bij één op de twintig polikliniekpatiënten voorkomt. In vergelijking met de ziekenhuisafdelingen is dit relatief weinig. Echter, slechts 16% van de ondervoede patiënten is onder behandeling bij een diëtist, waaruit blijkt dat de herkenning van en aandacht voor ondervoede patiënten op de polikliniek te laag is. Er van uitgaande dat er dagelijks zo’n 400 patiënten de polikliniek van elk ziekenhuis bezoeken, komt het op nationaal niveau (100 ziekenhuizen) neer op zo’n 2000 ondervoede patiënten per dag, waarvan er 1680 geen voedingsbehandeling krijgen. De verwachting is dat een betere herkenning en behandeling van de ondervoede patiënten op de polikliniek zal resulteren in een afname van het aantal patiënten dat ondervoed in het ziekenhuis wordt opgenomen.
Weten is eten
Ondervoeding komt overal voor, niet alleen in ziekenhuizen en verpleeghuizen, maar ook op de polikliniek en in de thuissituatie. Vooral in deze laatste twee groepen schiet de herkenning van de risicogroepen voor ondervoeding nog tekort en wordt slechts een klein percentage van de ondervoede patiënten ook begeleid door een diëtist. Het is daarom belangrijk om ondervoeding ook thuis tijdig te herkennen en behandelen door in de risicogroepen te screenen op ondervoeding. Want alleen als de voedingstoestand bekend is, kan er adequaat gehandeld worden en kan het percentage ondervoede patiënten echt teruggedrongen worden. Hoe eerder er wordt gestart met de voedingsbehandeling, hoe beter.
Wat kun je doen
Ook zelf kunt u alert zijn op ondervoeding. Wanneer u merkt dat u, als gevolg van ziekte, weinig eetlust hebt of onbedoeld afvalt, is het verstandig om de (huis)arts in te schakelen. Het is immers beter om ondervoeding te voorkomen dan te behandelen. De arts kan vervolgens de diëtist bij de behandeling betrekken.
Nadere informatie onderzoeksopzet
Het onderzoek is uitgevoerd in de periode maart – mei 2008 in negen ziekenhuizen verspreid over Nederland (Amphia Ziekenhuis (Breda/Oosterhout), Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis (Nijmegen), Catharina Ziekenhuis (Eindhoven), Haga Ziekenhuis (Den Haag), Martini Ziekenhuis (Groningen), Máxima Medisch Centrum (Veldhoven), Medisch Centrum Rijnmond-Zuid (Rotterdam), VU Medisch Centrum (Amsterdam) en Ziekenhuis Gelderse Vallei (Ede)). Iedere patiënt die op één van de onderzoeksdagen op de polikliniek kwam, kreeg bij aanmelding een vragenlijst uitgedeeld door de baliemedewerker. Geïnformeerd werd naar leeftijd, geslacht, het gewicht van 1 maand en 6 maanden geleden, of patiënten onder behandeling waren van een diëtist en een aantal ziektebeelden. Vervolgens werd door een onderzoeker, die op elke afdeling aanwezig was, de vragenlijst gecontroleerd en het gewicht gemeten. Lengte werd in drie ziekenhuizen gemeten en in de andere ziekenhuizen nagevraagd. Op basis van lengte, gewicht en gewichtsverlies kon het aantal patiënten met ondervoeding worden vastgesteld.
Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met projectleiders Dr. Ir. Hinke Kruizenga (020-4441407) en Mr. Anja Evers (06-29161944) via ondervoeding@snellerbeter.nl, of kijken op www.snellerbeter.nl/ondervoeding.
Er zijn nog geen reacties
U dient aangemeld te zijn om te kunnen reageren