Commissieactiviteiten 2000

Werkgroep Beleidsplan 2001-2006

Samenstelling werkgroep in 2000:

Dhr. A. Severijnen, voorzitter
Mw. K. Karlietis
Dhr. A. Kolk
Dhr. B. Mulder, voorzitter VHVG
Dhr. B. Rietveld

De werkgroep Beleidsplan werd ingesteld in het voorjaar van 2000 door het bestuur van de VHVG. Zij kreeg als opdracht mee: ‘de opstelling van een concept-beleidsplan voor de periode 2001-2006, gereed medio november 2000’. In een 7-tal sessies wist de werkgroep haar opdracht tijdig te voltooien, waarbij de communicatie met elkaar en met het bestuur van de VHVG volledig via e-mail verliep.

De werkgroep besloot voorafgaande aan de opstelling van het concept-beleidsplan, eerst een SWOT-analyse uit te voeren met betrekking tot de afgelopen beleidsperiode. Dit om zo optimaal mogelijk gebruik te maken van deze analyse van het recente verleden bij het plannen van de toekomstige situatie. Vervolgens werd een analyse opgesteld van te verwachten externe en interne ontwikkelingen in de planperiode 2001-2006. Op basis hiervan werd een marktverkenning verricht naar de mogelijkheden met betrekking tot de groei van het ledental van de VHVG in de nieuwe planperiode en de consequenties hiervan voor de VHVG. Als afronding van de gevoerde discussies en gemaakte analyses werden vervolgens het Beleidsplan 2001-2006, met een bijbehorende Toelichting opgesteld.

Tussentijds vond steeds terugkoppeling naar het bestuur plaats, teneinde te toetsen of de gedachtegang van bestuur en werkgroep bleven sporen met elkaar.

Uiteindelijk konden op 7 november de volgende notities elektronisch aan het bestuur worden aangeboden:

  • Swot-analyse beleid VHVG 1995-2000
  • Marktverkenning groei ledental VHVG in de beleidsperiode 2001-2006
  • Beleidsplan 2001-2006
  • Toelichting bij Beleidsplan 2001-2006

Naar aanleiding van de discussie binnen het bestuur van de VHVG in december werd de werkgroep verzocht een 3-tal punten in het Beleidsplan nog iets bij te stellen, waarmee voor de werkgroep aan de opdracht was voldaan.

 

Werkgroep kengetallen

Samenstelling werkgroep in 2000:

Dhr. A. Severijnen, voorzitter
Dhr. J. Dees
Dhr. J. Polak, tot september 2000
Dhr. J. Tames
Dhr. A. Voeten

In dit verslagjaar kwam de werkgroep 3x bij elkaar; een aantal andere keren werd met elkaar gecommuniceerd via e-mail, dan wel telefonisch.

In januari vond de afrondende analyse plaats van de resultaten van de in mei 1999 gehouden enquête onder de leden van de VHVG. De werkgroep kwam daarbij tot de conclusie dat doorgaan met het project Kengetallen gewenst zou zijn, waarbij aansluiting gezocht zou moeten worden bij de reeds bestaande jaarlijkse enquête van het NZI, het zgn. Management Informatie Pakket - Facilitaire Kengetallen. Naar de mening van de werkgroep zou het inzicht in de kengetallen dan ondersteund kunnen worden door professioneel opgezette checklisten, die ook externe bedrijfsvergelijking mogelijk zouden moeten maken. Nader overleg met het NZI zou moeten leren in hoeverre aan de voorstellen van de werkgroep tegemoet gekomen kon worden en onder welke voorwaarden.

Na een principeakkoord van het bestuur werd Prismant –de opvolger van het NZI- benaderd. Dit overleg met Prismant resulteerde in een gezamenlijk samengestelde ‘Aanvullende vragenlijst ten behoeve van de verdiepingsstudie FKG 1999, betreffende de faciliteit voeding’. Een aanvulling op de MIP-Facilitaire Kengetallen. In mei werd deze aan alle ziekenhuizen verzonden. In de andere categorieën instellingen bleek helaas onvoldoende draagvlak aanwezig voor de MIP-Facilitaire Kengetallen en de aanvullende vragenlijst. In september nam de heer J. Polak om persoonlijke redenen afscheid als lid van de werkgroep. Gelet op zijn constructieve bijdragen werd zijn vertrek duidelijk als een verlies ervaren.

De beantwoording van de aanvullende vragenlijst bleek moeilijk. Ook na uitstel van de inzendtermijn bleek in oktober niet meer dan 50% de aanvullende vragenlijst ingevuld te hebben. Een eerste screening van de resultaten door de werkgroep wees uit dat met name de gevraagde detaillering bij een aantal inzenders duidelijk problemen opleverde.

Niettemin waren de reacties toch dermate hoopgevend, dat in overleg met Prismant besloten is om deze aanvullende enquête in 2001 te herhalen. Een goed succes, waarbij de werkgroep hoopt dat hiermee een structurele basis is gelegd voor de toekomst.

 

OVDB Profielschets Voedingsassistent

Afvaardiging namens de VHVG: Dhr. A. de Jong.

In 2000 heeft namens de VHVG de heer A. de Jong enige malen contact gehad met de Stichting OVDB, het landelijk orgaan van het beroepsonderwijs voor gezondheidszorg, dienstverlening, welzijn  en sport.

De doelstelling is het medewerking verlenen aan het tot stand brengen van een examen voor de FD-opleiding voedingsassistent. Een en ander gebeurde in samenspraak met een voormalig hoofd civiele dienst, twee leraressen uit het FD-onderwijs, de opsteller van het examen en een medewerker van de Stichting OVDB. Verder is er contact geweest met participanten van Edutec die in opdracht van de Stichting OVDB het beroepsprofiel samenstellen voor de opleiding medewerker FD, niveau 2.

Zowel in het gesprek met Edutec, als in de ledenvergaderingen van de VHVG, werd gesproken over het verschil tussen een voedingsassistent in een ziekenhuis en die in een verpleeghuis. Tevens werd gewezen op het feit dat op diverse plaatsen de voedingsassistent plaats heeft gemaakt voor de afdelingsassistent, die meerdere taken verricht. Binnen de vergaderingen van de VHVG werd benadrukt dat de verpleegkundige dienst in deze materie een belangrijke stem dient te hebben. Immers is van belang wat zij in deze wensen te differentiëren. De standpunten en visies van de VHVG zijn meegenomen naar dit overleg.

 

Evaluatie en actualisering Hygiënecode

Afvaardiging namens de VHVG:

Dhr. T. Brouwer
Dhr. J. v.d. Brekel (sinds december 2000)

Het is alweer meer dan vijf jaar geleden dat de instellingssector te maken kreeg met het begrip H.A.C.C.P. Op 14 december 1995 werd de nieuwe Warenwet Hygiëne van Levensmiddelen ingevoerd. Hierdoor werd het mogelijk om binnen onze branche de Hygiënecode op te stellen. Onder leiding van het Voedingscentrum, toen nog het overbekende "Voorlichtingsbureau voor de Voeding", en in samenwerking met, onder andere de beroepsverenigingen, waaronder de Vereniging Hoofden Voeding Gezondheidszorg, werden richtlijnen en normen opgesteld om de voedselveiligheid te waarborgen. Deze richtlijnen en normen werden vastgelegd in de "Hygiënecode, de Kadercode voor de voedingsverzorging in instellingen in de gezondheidszorg", welke is uitgebracht in januari 1996.

De overheid heeft ons opgelegd om na een periode van vijf jaar de Hygiënecode te evalueren en, daar waar nodig, bij te stellen. Wederom onder leiding van het Voedingscentrum, is een werkgroep gestart met de evaluatie van de Hygiënecode in het najaar van 1999. Met name door wetswijzigingen, nieuwe regelgeving en aangepaste procescontroles op naleving daarvan door de Keuringsdienst van Waren, rezen er steeds meer vragen omtrent de wettelijke- en/of wenselijke richtlijnen en de microbiologische normen.

Ook was er kritiek op de "bemoeienissen" van de "Hygiënecode" op de bouwkundige- en technische voorzieningen binnen een centrale keuken en de pantry's. Verder was het interessant om te weten of de gebruiker van de Hygiënecode deze functioneel en praktisch vond. Grande Cuisine Foodstep kreeg de opdracht om, d.m.v. een schriftelijke enquête, hierop antwoord te geven. N.a.v. de uitslag van deze enquête is Heleen Kornblüt van het Voedingscentrum gestart met het schrijven van de herziene Hygiënecode. De werkgroepleden controleren de toegezonden teksten en bespreken deze in de periodieke bijeenkomsten.

In november 2000 werd een symposium gehouden in Groot Schuylenburg te Apeldoorn, waar meer dan 400 belangstellenden werden geïnformeerd over de voortgang van de herziene Hygiënecode. Een groot succes! Medio november 2001 zal de herziene Hygiënecode worden uitgebracht.

 

Projectgroep verantwoorde vocht- en voedselvoorziening.

Afvaardiging namens de VHVG: Dhr. F. Friedheim

De aandacht voor de vocht en voedselvoorziening in verpleeghuizen is toegenomen en een aantal zaken zijn verbeterd ten opzichte van 1997 constateert de inspectie volksgezondheid in haar rapportage aan VWS, d.d. februari 2000. Maar een aantal knelpunten zijn nog niet verdwenen. Vandaar dat de inspectie adviseert een richtlijn tot stand te brengen voor de voedsel en vochtvoorziening in verpleeghuizen.

De inspectie constateert een zeer hoge werkdruk en moeilijke bemensing bij het inzetten voor hulp bij de maaltijden. Verbeteringen zijn voorts mogelijk in het aanbieden van menukeuze, spreiding van de maaltijden over de dag en de sfeer, ambiance van de maaltijd momenten. Opmerkelijk is de constatering, dat hulp nodig bij het eten voor pg-bewoners stijgt van 50% naar 70% en somatische bewoners zelfs van 20% naar 60%.

Arcares start een Projectgroep in 2000 met voorzitterschap van prof. Dr. Ir W.A. van Staveren. Vanuit Arcares wordt een projectleider benoemd. Namens de volgende verenigingen en organisaties is een vertegenwoordiger in de projectgroep afgevaardigd: NVVA, AVVV, NVD, LOC, NVLF, NU ’91, NVK, Arcares en VHVG.

 

Taken projectgroep

Gedurende een periode van een jaar (10 bijeenkomsten) werken de leden aan de totstandkoming van een conceptrichtlijn. De werkzaamheden bestaan uit:

  • Het verzamelen van literatuur en beoordelen van de gevonden informatie volgens de methode CBO;
  • Schrijven van hoofdstukken voor de conceptrichtlijn;
  • Toelichten van de tekst tijdens de bijeenkomsten;
  • Verwerken van de besproken en overeengekomen wijzigingen;
  • Meedenken, discussiëren en eventueel presenteren over de onderdelen van de richtlijn;

Uitgangspunten zijn o.a.

  • Bij het opstellen van de richtlijn staat de cliënt centraal;
  • Daarnaast geldt de autonomie van de cliënt als uitgangspunt;
  • De richtlijn is opgesteld voor verpleeghuisgeïndiceerden. Als aanbeveling van de projectgroep geldt dat deze richtlijn in tweede instantie ook vertaald moet worden naar verzorgingshuisbewoners;
  • De richtlijn zal per instelling vertaald moeten worden naar de specifieke situatie in de eigen instelling;
  • Ten aanzien van bijzondere gevallen van voedselvoorziening(b.v.sondevoeding) zijn eveneens criteria benoemd voor besluitvorming;
  • Specifieke protocollen waarin beschreven staat hoe e.e.a. uitgevoerd moet worden valt buiten dit project.

Wettelijk kader

Bij het ontwikkelen van de richtlijn is rekening gehouden met het wettelijk kader, dat hierop van toepassing is. Hierbij moet o.a. gedacht worden aan de Kwaliteitswet Zorginstellingen, de Wet Geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), de wet BIG, de wet BOPZ, de Wet WMCZ en natuurlijk de HACCP-richtlijnen. Er is een begeleidingscommissie ingesteld. De VHVG heeft hierin geen afgevaardigde.

 

Taken

  • Er op toezien dat het project wordt uitgevoerd conform het projectvoorstel
  • Het gevraagd en ongevraagd adviseren van de projectgroep
  • Fungeren als klankbord voor de projectgroep

In de voortgang is gepland, dat in 2001(medio september) een hoorzitting zal plaatsvinden.

 

Participatie in het College van Specifiek Deskundigen van het NIAZ

Afvaardiging namens de VHVG: Dhr. R. Plasier.

Vrij recent is de VHVG in 2000 door het Bestuur van het Nederlands Instituut voor Accreditatie van Ziekenhuizen (NIAZ) gevraagd een lid af te vaardigen in bovengenoemd college. Deze commissie heeft tot taak het bestuur van het NIAZ gevraagd en ongevraagd advies te geven over specifiek inhoudelijke aspecten en informatie te geven over behoeftes en ontwikkelingen in het veld.

Daar de heer Plasier pas in december 2000 in deze commissie ging participeren namens de VHVG zijn er nog geen bijeenkomsten geweest waarbij de heer Plasier aanwezig kon zijn.

 

Klankbordgroep GPI

Afvaardiging namens de VHVG: Dhr. P. Zagwijn.

Namens de VHVG zal de heer Zagwijn, op verzoek van Grootverbruik Product Informatie, participeren in deze klankbordgroep. Enerzijds zal door middel van deze participatie in dit platform gekeken worden naar het product dat GPI aanbiedt en de wijze waarop dit geschiedt. Samen wordt gekeken hoe suggesties m.b.t. veranderingen aangaande lay-out, gebruiksvriendelijkheid en/of inhoudelijkheid gerealiseerd kunnen worden. Anderzijds kan de VHVG een rol spelen in dit sandwich model tussen gebruikers en leveranciers. Eind 2000 is een start gemaakt in deze participatie door de VHVG.