Belang hospitality inzet inspirerende discussie

Hoe krijg je voedingsbeleid en hospitality hoog op de agenda bij de instellingsdirectie? Het is een vraag die menig Hoofd Voeding in de zorg momenteel bezighoudt. Zo zelfs dat de VHVG (Vereniging van Hoofden Voeding in de Gezondheidszorg) recentelijk tijdens een ledenvergadering een paneldiscussie aan dit onderwerp wijdde. FoodCare Partner blikt terug met een drietal deskundigen uit het panel.

Michel Overwijk, die namens de VHVG de discussie organiseerde, constateert dat door VHVG-leden veel over agendering van voedingsbeleid wordt gesproken. “Je hoort een Hoofd Voeding regelmatig zeggen: we zouden zulke mooie dingen kunnen doen met bijvoorbeeld de catering en de gastenservice, maar het heeft bij de directie te weinig prioriteit. Op zich hebben die hoofden Voeding hele goede ideeën, ze initiëren veel, komen met haalbaarheidsonderzoeken en innovatieve plannen. Maar uiteindelijk blijft de implementatie vaak uit. Want de directie geeft de voorkeur aan vernieuwing binnen andere onderdelen van hun instelling.”

Concurrentiepositie

Overwijk ervoer de paneldiscussie als “verhelderend”. “Het is goed om te zien dat je als Hoofd Voeding – ik ben zelf Hoofd Catering en Gastenservices bij Medisch Centrum Haaglanden - niet de enige bent die met dit vraagstuk zit. Veel directies van short stay-instellingen als ziekenhuizen concentreren zich vooral op het primaire proces: de medische zorg. Ze vinden dat als de patiënt goed te eten krijgt, daarmee het voedingsbeleid en de hospitality voldoende is geregeld.
 
Maar misschien agenderen wij het als hoofden Voeding ook niet goed. Misschien moeten we creatiever zijn in de manier waarop we ons presenteren. Misschien moeten we het initiatief meer naar ons toe trekken. We zijn tenslotte regisseur van het voedingsproces. Ik denk dat we ons te bescheiden opstellen en de meerwaarde van gastenservice onvoldoende voor het voetlicht brengen.
 
Ik voorspel dat de toename van de marktwerking in de zorg de komende jaren leidt tot groeiende aandacht voor het voedingsbeleid en de hospitality. Je ziet dat instellingen nu al een afdeling marketing in het leven roepen om de organisatie beter naar buiten toe te presenteren en concurrerender te maken.
 
Zo’n marketingafdeling snapt ons wél. Die realiseert zich heel goed dat mensen goede medische zorg als vanzelfsprekend zien en vooral letten op zaken als hoe lekker het eten is, welke extra services een instelling levert en hoe het gesteld is met de gastvrijheid. Je ziet dat longstay-instellingen als verzorgings- en verpleeghuizen in dat opzicht verder zijn. Daar realiseert men zich beter dat medische zorg niet de enige kernactiviteit is, maar dat zaken die het verblijf prettiger maken net zo goed de kwaliteit van een instelling bepalen. Het was prettig om daar tijdens de paneldiscussie eens wat nader op in te zoomen. En daar willen we als VHVG ook graag nog verder mee doorgaan.”

Corebusiness

Verhelderende opmerkingen zijn eveneens op te tekenen uit de mond van Sigrid Amstelveen-Bökkerink, diëtiste van Universitair Longcentrum Dekkerswal. Samen met haar directeur, Hans Bolluijt gaf zij een presentatie over de succesvolle reorganisatie van de voedingsdienst en hospitality bij haar instelling.

“Het mooie is dat onze directie voedingsbeleid wel degelijk ziet als core business en als cruciaal onderdeel van de langetermijnstrategie. Nu zijn we een relatief klein ziekenhuis met 80 bedden, dus de lijnen tussen de ervaringen op de vloer en de directie zijn kort. Wat bovendien meetelt is dat we vanwege een reorganisatie met de verzelfstandiging van Dekkerswald en het sluiten van onze keuken tóch al moesten nadenken over een nieuw voedingsbeleid. Die hernieuwde opzet is ook niet zonder slag of stoot gegaan. In eerste instantie opteerden we voor externe maaltijdleveranciers.
 
Maar in de praktijk bleken zij qua aanbod, logistiek, levertijd, kwaliteit van de voeding en flexibiliteit niet te voldoen aan de verwachtingen. Dat leverde nogal wat klachten op. En dan zie je overduidelijk hoe een onvoldoende op voedingsgebied wel degelijk het welzijn van je organisatie kan aantasten.
 
Inmiddels hebben we een nieuwe visie op voeding opgesteld. We kijken daarin naar het juiste aanbod, goede logistiek, optimale smaakbeleving en natuurlijk naar een reële voedingsdagprijs. We werken inmiddels met een broodserveerwagen en met conveniencemaaltijden die in de afdelingskeukens door voedingsassistenten worden geregenereerd. En daarmee scoren we nu wel goed.
 
De kunst bij het opstellen van je voedingsvisie is om veel met de buitenwacht te praten en om het lef te hebben gebaande paden te verlaten. Je ziet hoofden Voeding zich tóch regelmatig beperken tot hun eigen toko. Als je instellingsbreed inventariseert wat nodig is en daarmee regelmatig bij je directie binnenloopt, vind je uiteindelijk gehoor. Dat hebben wij hier bij Dekkerswald ervaren.” 

‘Niet te moeilijk’

Volgens Gusta Cirkel, voorheen Hoofd Voeding bij het Universitair Medisch Centrum Radboud en inmiddels directeur van de Universitaire Restauratieve Dienst van de Radboud Universiteit Nijmegen is een goede agendering “helemaal niet zo lastig”.
 
“Het opvallende is dat deze discussie al decennia loopt. Mijn ervaring is dat je niet te moeilijk moet willen doen. Een goede visie op voeding kun je op twee A-viertjes beschrijven. En als je zorgt dat hij is afgeleid van de primaire strategische visie van je instelling, snapt een directie al heel snel het belang. Instellingsdirecties begrijpen inmiddels heel goed dat zaken als gastvrijheid, kwaliteit van voeding en bezieling van verzorgenden beslissend zijn bij de manier waarop een patiënt hun organisatie beoordeelt.
 
Wat ik wél denk is dat hoofden Voeding creatiever kunnen zijn in hun presentatie en zich ook communicatief sterker moeten ontwikkelen. Ze moeten bovendien ondernemend zijn, gericht op vernieuwing en resultaatgericht werken. In een tijd dat de competitie tussen instellingen belangrijker wordt, worden de eisen die je stelt aan een Hoofd Voeding natuurlijk hoger. En dat betekent dat doorontwikkelen in je vaardigheden, óók buiten de keuken, enorm belangrijk is. Je moet een vaardige manager zijn. Heb je daar geen zin in, dan moet je kijken naar een andere positie. Wil je het wel, dan is dít het moment om er echt werk van te gaan maken…”     (Van Hoeckel Foodcare Partner)

  • Op: 25-12-2006
  • Door: Frans Janssen
  • Bron: Van Hoeckel Foodcarepartner