Verslag bijeenkomst ‘Sneller beter door aandacht voor voeding’
Verslag bijeenkomst ‘Sneller beter door aandacht voor voeding’
Dat voeding belangrijk is weet iedereen. En toch gaat er bij medische behandelingen nog steeds veel mis rond voeding. Maandag 8 mei kwamen tijdens de bijeenkomst ‘Sneller beter door aandacht voor voeding’ in het Zaans MC twee aspecten van dit probleem aan de orde: ondervoeding bij opname en obesitas bij kinderen. Twee uiteenlopende problemen, die echter in zowel de signalering als de aanpak vele overeenkomsten hebben.
Nadat gespreksleider Lennart Booij de bijeenkomst heeft geopend krijgt Rob Dillmann, voorzitter van de Raad van Bestuur van het Zaans Medisch Centrum, het woord. Hij heet alle aanwezigen, onder wie minister Hoogervorst, van harte welkom. Dillmann onderstreept de urgentie van goede voeding in de zorg en pleit voor het wegen van alle patiënten bij opname of zelfs al voordat zij opgenomen worden in het ziekenhuis.
Onderbelicht
Hierna is het woord aan Dr. Marian van Bokhorst, hoofd van de dienst Diëtetiek en Voedingswetenschappen aan het VU medisch centrum en lid van de stuurgroep ‘Wie beter eet wordt sneller beter’. In haar presentatie gaat Van Bokhorst in op ondervoeding. Ze laat zien dat ondervoeding in Nederland een serieus, maar erg onderbelicht probleem is, dat met een structurele aanpak en relatief eenvoudige maatregelen op te lossen is. Ondervoeding is dikwijls moeilijk te herkennen: iemand die ondervoed is, hoeft niet per definitie dun te zijn. Er zijn maatstaven die vaststellen of iemand ondervoed is..
De omvang van het probleem wordt onderstreept door de cijfers: 25 tot 40% van de patiënten in een ziekenhuis is ondervoed. De gevolgen hiervan zijn enorm: vertraagd herstel, toename van complicaties en zelfs vroegtijdig overlijden. De grootste risicogroepen zijn chronisch zieken, ouderen en patiënten rondom een operatie. In slechts de helft van de gevallen wordt ondervoeding tijdig herkent. Een van de voornaamste redenen hiervoor is dat niemand ‘eigenaar’ is van het probleem. Dit maakt de aanpak ook lastig.
SNAQ
En zijn er simpele maatregelen die ondervoeding in de kiem kunnen smoren. Dit begint met het wegen van patiënten bij opname. Een eenvoudige vragenlijst genaamd SNAQ (Short Nutritional Assessment Questionnaire) brengt vervolgens in kaart of de patiënt in de maanden voor opname veel is afgevallen, een verminderde eetlust had of in de maanden voorafgaande aan opname drinkvoeding of sondevoeding gebruikte. Dit behandelplan blijkt succesvol: de herkenning van ondervoeding neemt toe, er vindt een snellere start van de voedingsinterventie plaats en de opnameduur bij ernstig ondervoede patiënten neemt af.
Politiek commitment
Het project ‘Vroege herkenning en behandeling van ondervoeding in Nederlandse ziekenhuizen’ is op 1 januari 2006 gestart met een pilot in zes ziekenhuizen. Het programma richt zich op herkenning en aanpak van ondervoeding door ontwikkeling van een prestatie-indicator. In 2007 zou dit in de basisset prestatie-indicatoren opgenomen moeten worden. Dat er nog veel moet gebeuren is duidelijk: vooral in de samenwerking van cure, care en eerste lijn is veel winst te behalen. Van Bokhorst pleit voor meer politiek commitment in de aanpak van ondervoeding, ondersteund door een prestatie-indicator ondervoeding.
Download hier de "Presentatie Van Bokhorst"
Obesitas bij kinderen
De tweede presentatie wordt gegeven door Prof. Dr. Henriette Delamarre-van de Waal, tevens van het VU medisch centrum. Zij gaat in op het probleem van obese kinderen. Het aantal kinderen met overgewicht neemt in rap tempo toe in Nederland. Momenteel kampt 1 op de 8 kinderen (in totaal 400.000) met overgewicht, waarvan 40.000 met obesitas. Dit leidt tot een toename aan type 2 diabetes bij kinderen: een verschijnsel dat al langer speelt in de VS, maar nu ook in Nederland de kop opsteekt.
De eerste twee levensjaren zijn cruciaal voor het ontstaan van obesitas. Een wijdverbreid misverstand is dat een baby die bij geboorte een te laag lichaamsgewicht heeft, zo snel mogelijk op een normaal gewicht moet worden teruggebracht. Een snelle toename van lichaamsgewicht zorgt namelijk voor een verhoogde kans op obesitas, alsmede een groter risico op type 2 diabetes, hypertensie en hart en vaatziekten. Bovendien wordt het eetgedrag van mensen in de eerste levensfase geprogrammeerd.
Go4it
Een ander aspect dat meespeelt bij toename van lichaamsgewicht van kinderen is het gebrek aan kennis van voeding bij veel ouders. Door de opmars van computers en televisie krijgen kinderen bovendien veel te weinig lichaamsbeweging. Om hier verandering in te brengen is het programma Go4it opgezet. Dit moet kinderen en ouders bewust maken van het belang van goede voeding en van genoeg lichaamsbeweging. Het is een groepsprogramma voor obese adolescenten kinderen vanaf 12 jaar oud, dat obesitas en alle daarmee samenhangende ongemakken voor kinderen, zoals pesten, tegen moet gaan. Go4it resulteert op korte termijn bij 80% tot de stabilisatie of afname van het BMI (Body Mass Index) en een verbetering van de metabole status. Om overgewicht bij kinderen aan te pakken is een tweesporenbeleid nodig: enerzijds moet er meer aandacht worden besteed aan preventie door voorlichting aan ouders en via scholen, anderzijds moet de huidige populatie te dikke kinderen behandeld worden. Hiervoor moet specifieke (eerste lijn-) zorg ontwikkeld worden.
Download hier de "Presentatie Delamarre- van de Waal"
Prestatie-indicator
In de discussie die volgt vraagt gespreksleider Lennart Booij hoe het mogelijk is dat zo’n belangrijk onderwerp als voeding zo weinig aandacht krijgt. Anja Evers, projectleider communicatie en strategie van het project ‘Vroege herkenning en behandeling van ondervoeding in de Nederlandse ziekenhuizen’, stelt dat ondervoeding een weinig sexy onderwerp is, waarbij de verantwoordelijkheid bij zowel de verpleging, de verzorging, de diëtist als bij de huisarts ligt. Vooral deze laatste groep zou idealiter veel eerder ondervoeding moeten herkennen. Minister Hoogervorst zegt dat als ondervoeding een prestatie-indicator wordt, de Raad van Bestuur van een ziekenhuis eigenaar wordt van het probleem: deze wordt hier immers op afgerekend. De bewindsman bepleit het versterken van de rol van de verpleegkundigen. Hier dient dan wel een slimme financieringsmethode te zijn, waarbij er financiële prikkels zijn om dit probleem ook daadwerkelijk aan te pakken.
In de discussie over overgewicht bij kinderen spreek Hoogervorst zijn verbazing uit over hoe belangrijk de eerste twee jaar zijn. Lennart Booij vraagt zich af of het probleem ook te maken heeft met sociale klasse. Dit blijkt het geval te zijn: overgewicht komt vaker voor in de lagere sociale klassen. Voorlichting is essentieel. Hier ligt een schone taak voor de consultatiebureaus, al ligt volgens Hoogervorst de verantwoordelijkheid toch in de eerste plaats bij de ouders. “Mensen moeten beseffen dat zij zelf verantwoordelijkheid dragen voor hun gezondheid, en moeten accepteren dat we allemaal meer moeten gaan betalen voor zorg.”
Er zijn nog geen reacties
U dient aangemeld te zijn om te kunnen reageren