Hersteld na bruut geweld

Warm nest
Terugkijkend zegt de 45-jarige Spruijt die vijf maanden intern in het RRC verbleef: “Het was voor mij een heel moeilijke tijd. Ik heb veel gehuild. In het begin snapte ik niet wat er gaande was. Je bent bovendien omringd door vreemde mensen. Maar ik heb het RRC als een warm nest ervaren. De mensen waren prettig, de sfeer goed, het eten uitstekend.”

Houwaart vult aan dat eten, drinken en ambiance van groot belang zijn voor het herstelproces. De voeding moet niet alleen lekker zijn, maar ook gezond. Voor Spruijt is varkensvlees bijvoorbeeld te vet. Hij komt er te veel van aan. “Ik kreeg alternatieven aangeboden. Mijn gezondheid ging hier met sprongen vooruit. Ik was 118 kilo, toen ik hier uit kwam woog ik dankzij het eten en het sporten 95 kilo.’’De cateringmedewerkers worden bij de behandeling betrokken. Ze proberen de patiënten zoveel mogelijk zelf te laten doen.

Niet overal mee helpen, luidt het devies, want ze moeten het zelf leren. “Als je alles …”, het blijft stil. Spruijt kan even niet op het woord komen. Maar Houwaart vult hem niet aan. Daarover: “Cateringmedewerkers leren van behandelaars hoe ze om moeten gaan met patiënten, dus niet helpen, maar patiënten zoveel mogelijk zelf laten doen.

Vrijwilliger
Ruim drie jaar geleden kreeg Jeroen Spruijt het verzoek om vrijwilliger te worden in het RRC. Aangezien hij ondanks zijn herstel voor 100% is afgekeurd, heeft hij daarvoor tijd. Als barmedewerker is hij enkele dagen per week in het restaurant actief. We maken een ronde door de instelling en zien koks aan het werk in de halfopen keuken. In de au bain-marie zien we bami. Versbereid. Datzelfde geldt voor de saté en de andere gerechten. Vervolgens lopen we door de oefentuin en betreden we enkele sportzaaltjes. Spruijt maakt van de gelegenheid gebruik om te showen hoe hij destijds met gewichten in de weer is geweest. Hij glimlacht: “Het is goed voor mij geweest. Ik ben de mensen hier nog steeds dankbaar. Ze hebben me geweldig geholpen. Ik ben blij dat ik nu iets terug kan doen.

Gastvrijheid
De eer kan niet alleen aan de catering toegeschreven worden, merkt Arold Houwaard op. “Het positieve gevoel dat Jeroen hier heeft ervaren, moet je RRC-breed zien. De hele groep om de patiënt heen verdient lof. Vergeet niet dat die groep uit veel disciplines bestaat, onder andere ergotherapie, fysiotherapie, psychologie, maatschappelijk werk, de verpleegkundigen en natuurlijk het facilitair bedrijf en de overige ondersteunende diensten.” Hij laat weten dat het begrip gastvrijheid erg ver gaat en door alle disciplines gedragen moet worden. “Het begint bij de receptie. Hoe vaak gaat de telefoon over voordat hij wordt opgenomen, hoe wordt men te wordt gestaan, is de planning nauwkeurig en flexibel, hoe is de ambiance in het pand en zeker in de restaurants?

Hoe is de bejegening van het personeel naar de patiënt toe? Die dingen spelen allemaal een rol. De samenwerking  tussen zorg en de facilitaire dienst wordt vaak onderschat. Het aspect gastvrijheidszorg moet ver worden doorgevoerd, ook de directie zal erachter moeten staan, anders kan het gewoon niet gaan werken.”

 

 

 

Vorige pagina12
Pagina 2 van 2